Ervaringsdeskundigheid

Anthony (1993) hoestte dé definitie op voor herstel. Maar de credits voor de definitie van ervaringsdeskundigheid gaan naar Wilma Boevink (2000).

Boevink:

“Een ervaringsdeskundige put uit eigen ervaringen, maar baseert zich ook op de ervaringen van anderen. Hij bouwt aan ervaringskennis door de juiste vragen te stellen, cliëntervaringen te verzamelen en er de antwoorden uit te destilleren. Een ervaringsdeskundige ontsluit de kennis in onze ervaringen. Daarvoor hoef je geen onderzoeker te zijn. Wel moet je in staat zijn over de grenzen van de eigen ervaring heen te kijken. Een ervaringsdeskundige legt zijn eigen referentiekader niet op aan anderen, maar is zich bewust van andermans eigenheid. Hij is in staat zijn eigen beleving en betekenisgeving naar de achtergrond te schuiven en die van anderen naar de voorgrond te halen.”

Ervaringskennis

Wanneer je op je persoonlijke ervaringen kan reflecteren, deze ervaringen een plaats geeft en ze verbindt met de ervaringen van anderen, dan spreek je van ervaringskennis (Plooy 2009). Je ontdekt wat voor jou werkt en wat voor jou niet werkt. Maar je ontdekt ook een breder verhaal: wat zijn gemene delers in herstelprocessen? En waarin kunnen individuen verschillen?

Het verschil of onderscheid tussen ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid is subtiel. Plooy (2009) stelt in navolging van Boevink dat je ervaringsdeskundig wordt wanneer je je ervaringskennis overdraagt op derden.

Mijn ervaring

Het onderscheid tussen ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid is geen harde lijn. Het is een bewegende vloedlijn, zeker als je zelf aan je herstel werkt.

Mijn eigen herstel was, herinner ik mij, in het begin veel meer ‘de maat der dingen’ dan nu, vele jaren later. Herstel van een psychische kwetsbaarheid is intensief. De focus ligt veel meer bij je eigen verhaal, je eigen ervaringen, en hoe jij zelf hier mee aan de slag gaat.

Ook als je een terugval hebt, wordt je door jezelf en je eigen vragen in beslag genomen en heb je vanzelfsprekend minder ruimte voor de ander.

Maar tegelijk is het je ontwikkelen tot ervaringsdeskundige gewoon onderdeel van je herstelproces. Tenminste, zo heb ik het ervaren. Je geeft terwijl je met je eigen herstel worstelt, heus wel eens een tip aan een ander. Volgens de definitie ben je dan ervaringsdeskundig.

En bij het cliëntgestuurde initiatief waar ik aan mijn herstel werkte, ging ik al vrij snel gastcolleges geven op hbo-opleidingen. Dat is helemaal ervaringsdeskundig.

Tegelijk was het geven van deze gastcolleges een nieuwe ervaring voor mij. Ik stapte een drempel over, won aan zelfvertrouwen. Ik voelde me nuttig. Winnen aan zelfvertrouwen en je weer nuttig voelen zijn onderdelen van herstel.

Ervaringsdeskundigheid zie ik als een groeiproces dat onlosmakelijk verbonden is met herstel en het opbouwen van ervaringskennis. Ook het gaandeweg van afstandje leren kijken naar je eigen herstel kun je volgens mij zien als onderdeel van je herstelproces.

Rollen

Bij herstel van een psychische kwetsbaarheid kijk je terug op je verleden. Maar je wil ook, in het hier en nu, de grip op je leven weer pakken. En je wilt, tot slot, ook weer vooruit met je leven. Je wilt een toekomst.

Om weer wat van je leven te maken, begin je iets te doen. Dit kunnen hele kleine dingen zijn, zaken die je met kleine stapjes uitbouwt. Bij cliëntgestuurde initiatieven heet dit ‘het oppakken van rollen’. Dit kunnen oude rollen zijn, maar ook nieuwe waarmee je experimenteert.

In de jaren nul waren de rollen die ervaringsdeskundigen oppakten divers. Als ik de opsommingen van Brinkman (2000) en Plooy (2009) samenvoeg, kom ik tot het volgende rijtje:

  • trainer
  • adviseur
  • (cliënten-)voorlichter
  • ondersteuner
  • projectmedewerker cliëntgestuurd initiatief
  • coach
  • begeleider zelfhulp- of herstelwerkgroep
  • lid hulpverlenersteam

In de jaren tien van onze eenentwintigste eeuw professionaliseerde de ervaringsdeskundige. Deze ontwikkeling ging natuurlijk gepaard met de nodige bureaucratisering en institutionalisering, waar ik hier verder niet op inga.

Wel wil ik nog twee punten benoemen: zelfvertrouwen en waarden.

Zelfvertrouwen

Ikzelf herstelde door nieuwe rollen op te pakken. Ik vergrootte mijn zelfvertrouwen. Hoe?

  • Succesjes boeken. Door weer dingen te doen, door te durven. Zo begon boekte ik kleine (en soms wat grotere) succesjes te boeken.
  • Bespreekbaar maken. Door dingen te doen, liep ik tegen allerlei dingen aan. Deze leerde ik bespreekbaar te maken. Dit was een belangrijk leerproces voor mij. Ik leerde op mezelf te reflecteren.

Zowel bij het weer iets gaan ondernemen als bij het bespreekbaar maken en reflecteren, leerde ik nieuwe vaardigheden. Ik deed competenties op.

Maar ik groeide ook als mens.

Waarden

En dit brengt mij op mijn tweede punt. Herstel en ervaringsdeskundigheid draaien niet alleen om vaardigheden en competenties. Meer nog draaien ze om waarden. Een omgeving die herstel ondersteunt, is veilig, open en gelijkwaardig. Je voelt je als mens gewaardeerd om wie je bent, niet om wat je doet of kunt.

Veiligheid, openheid en gelijkwaardigheid zijn belangrijk voor zowel jouw eigen als voor andermans herstel. Het belang van deze waarden zien, snappen dat alles wat met herstel te maken heeft hiermee staat of valt, is voor mij de meerwaarde van ervaringsdeskundigheid.

Literatuur

Anthony, W.A. (1993). Recovery from mental illness: The guiding vision of the mental health service system in the 1990s. In: Psychosocial Rehabilitation Journal, 1993, 16(4), 11-23.

Boevink, W. (2000). Ervaring, ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid. In: Deviant, september, 26, 4-9.

Brinkman, F. (2000). De kracht van ervaringsdeskundigheid. Landelijke studiedag. In: Deviant, september, 26, 10-11.

Plooy, A. (2009). Ervaringsdeskundigheid als vak. In: Socio 90, oktober, 20-25.